Reflectie: H.P. Lovecraft’s Necronomicon

Reflectie Cultuur

 

H.P. Lovecraft’s Necronomicon


Hoe beschrijf je iets dat niet beschreven kan worden? Hoe breng je ideeën over als er geen woorden in de menselijke taal bestaan om erover te vertellen. Hoe machteloos moet je je voelen als je brein weigert om een entiteit in rationele concepten te gieten. Dit constante geflirt met het ‘onbeschrijfelijke’ is de leidraad van de literaire werken van de Amerikaanse horror-schrijver H.P. Lovecraft. In zijn verhalen is de Aarde een plek met talloze verschrikkelijke geheimen ouder dan de mensheid. Het zwaartepunt van al het kwade dat zich in de kosmos bevindt.

Het Necronomicon is een boek met al z’n belangrijkste verhalen gehuld in dik zwart leer, dat de verschrikkelijke suggestie opwekt dat de drukkerij mensenhuid heeft gebruikt bij het vervaardigen van het boek. Alle verhalen van Lovecraft spelen zich allemaal af in een fictieve planeet Aarde aan het einde van de 19de eeuw. De meeste verhalen hebben niets met elkaar te maken, maar spelen zich wel allemaal af in dit verschrikkelijke universum. Duistere goden, blasefemische tempels, decadente culten, … uit de Lovecraftiaanse mythologie is de rode draad doorheen de verhalen.

Elk verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van iemand die in contact komt met deze kwaadaardige zaken. Het hoofdpersonage begint zijn verhaal meestal met een waarschuwing naar de lezer toe. In de eerste paragrafen waarschuwt het slachtoffer dat hij niet weet of hij gek is of getuige is geweest van een genadeloos kwaad.

Ik huiver elke keer als ik Lovecraft’s beschrijving van het onbeschrijfelijke lees. Als iemand die de wereld tracht te verklaren aan de hand van ratio en logica, wordt ik lichtjes angstig bij de scenario’s die hij neerpent. In het verhaal “The Call of Cthulhu” beschrijft de avonturen van een jonge archeoloog die het bestaan van de Cthulhu Cultus ontdekt, een verdorven religie toegewijd aan een kosmische god die in de gezonken stad R’lyeh droomloos zou slapen. Wanneer hij het dagboek van een schipper ontdekt, leest hij het volgende over Cthulhu:

"Poor Johansen’s handwriting almost gave out when he wrote of this. Of the six men who never reached the ship, he thinks two perished of pure fright in that accursed instant. The Thing cannot  be described - there is no language for such abysms of shrieking and immemorial lunacy, such eldritch contradictions of all matter, force, and cosmic order.”

Deze paragraaf fascineert mij al jaren omdat ik versteld sta van Lovecraft’s vermogen om het onbeschrijfelijke te beschrijven. Ik ben ervan overtuigd dat de wiskunde het geraamte is van onze kosmos. Alles kan, uiteindelijk, met wiskunde beschreven worden. Een wetenschappelijke theorie staat recht door experimenteel bewijs en wiskunde. Dat er in de gigantische fenomenen zijn die door geen enkele bestaand theorie kunnen verklaard worden aanvaard ik. Maar dat er ergens entiteiten ronddolen die noch door de wiskunde noch door onze vocabulaire kunnen beschreven worden weiger ik te aanvaarden. Door Lovecraft’s verhalen in dit licht te zien en te plaatsen in ons rationeel denken, dat geen goden of andere bovennatuurlijke fenomenen duldt, is een zekere oerangst de enige reactie die iemand kan uitbrengen bij het zien van het onbeschrijfelijke.

Het is waarschijnlijk de fatalist in mij die graag flirt met iets absoluut zoals het onbeschrijfelijke, ook al staat dat haaks op mijn interesse voor wetenschap. Lovecraft herhaalt vaak dat we gezegend zijn met een beperking in ons bevattingsvermogen.

"The most merciful thing in the world, I think, is the inability of the human mind to correlate all its contents. We live on a placid island of ignorance in the midst of black seas of infinity, and it was not meant that we should voyage far. The sciences, each straining in its own direction, have hitherto harmed us little; but some day the piecing together of dissociated knowledge will open up such terrifying vistas of reality, and of our frightful position therein, that we shall either go mad from the revelation or flee from the light into the peace and safety of a new dark age"

Misschien moeten we inderdaad blij zijn dat we nooit alles kunnen verklaren. Enerzijds om onze sanity te bewaren en anderzijds om toch nog verwonderd te blijven.